Zeilen kunnen we tot
de shippinglane. Dan zetten we de motor bij om sneller over te kunnen
steken tussen de grote jongens door. Het is best druk van zuid naar
noord. Op het scheidingsstuk, middenberm zoals John het noemt zeilen
we weer totdat we de oost-west geul over moeten om op de juiste koers
te blijven. Na de Geulen, inmiddels is het avond en hebben we al ons
eerste maaltje macaroni op, kunnen we de hele nacht zeilen. We hebben
de genua een stukje gereefd omdat de wind af en toe aan trekt tot
ruim 20 knopen.
Smorgens wordt het
steeds bewolkter en om 8:30 uur komt er een fikse bui onze kant op.
Grootzeil en Genua gereefd zo vangen we de bui op. Er valt ook in een
half uur een flinke plens regen. Daarna is de wind volledig weg en
gaan we op de motor verder. Het grootzeil ook maar weg die klappert
alleen maar op de overgebleven golven. Er vallen nog een paar buien
zonder wind. Tegen de middag komt de zon weer langszaam terug als ook
de wind. We kunnen weer zeilen en motor uit zetten.
De chili con carne
smaakt ons goed. We moeten helaas steeds hoger aan de wind gaan
sturen. De wind is vlagerig, soms lopen we 7 knopen dan weer 4. We
vangen ook geen actueel weerbericht. De marifoon en de Navtex zijn in
stilzwijgen. Vrijdag hebben we gezien dat maandag een onzekere dag
wordt qua wind. Mogelijk pal tegen en ook dan weer kans op een
storing zichtbaar op de bracknell kaart. We besluiten om een wat
lagere, comfortabeler koers te gaan varen en aan te sturen op de
Fekkefjord. Daar ligt het eiland Hidra waar een beschutte haven te
vinden is. De afstand is dan ook 30 mijl korter en komen we mogelijk
zondag avond al aan, hopenlijk zelfs voor donker. Dat betekent ook
een nacht minder.
Rond 0:30 uur valt
de wind weer zover weg dat we gaan motorzeilen en zelfs snachts haalt
John het grootzeil naar beneden om rustiger te varen zonder geklapper
van zeilen. Het is ook flink fris geworden dat zelfs binnen de kachel
even aan gaat om weer op te kunnen warmen.
In de ochtend kunnen
we weer zeilen. We zetten de genaker erbij om meer voortgang te
krijgen. Als de wind weer aantrekt moet deze er weer af. Ach het
houdt je bezig en de tijd vliegt. Als het weer tegen etenstijd aan
loopt zwakt de wind weer af en gaan we motorzeilend verder. We willen
eigenlijk nog wel met licht aankomen op deze onbekende plek.
Uiteindelijk is het toch alweer 22:00 uur als we de ingang van het
eiland aanlopen. Gelukkig is het hier laat donker of zelfs alleen
maar schemer. Er hangt een beetje nevel boven de bergen. Dit maakt
het allemaal wel heel mystiek om ons heen. Voor de ingang halen we
het grootzeil weg en varen op de kaartplotter en de lichtbakens naar
binnen. Het is een bijzondere wereld waar we in terecht komen. Via
een geultje komen we in een soort van baai met een vissershaven. We
vinden hier een pontoon waar we net achter een motorboot passen waar
staat dat het de gastensteiger is. We leggen vast en ruimen het
hoognodige op. Nemen nog een borrel en kruipen snel ons bed in. Het
is mooi geweest toch wel moe na 60 uur varen en 360 mijl afgelegd.

